Reizen

25 September | 2015

Van nature ben ik een thuisblijver. Ik ben niet graag onderweg. Als ik ergens heenga, blijf ik het liefst op één plek.
Zet mij maar in een IJslands huis onder aan een berg, daar houd ik het met gemak een maand uit.

Toch is dat niet genoeg. Ik wil nu eenmaal een aantal dingen zien. Ik heb een lijstje vol wensen waar je voor op reis moet. Dit jaar ging ik op vakantie naar Portugal en Stockholm. Toen vond ik het welletjes. Ik was ook al naar Zwitserland geweest om een prijs in ontvangst te nemen en naar allerlei plaatsen in Nederland om scholen te bezoeken. Bij elkaar meer dan genoeg onrust.

Toch kwam er nog een reis bij. Het Nederlands Letterenfonds nodigde me uit voor een tiendaags festival in Brazilië: Café Amsterdã. Ik sputterde tegen, want het zou een verre reis worden, een drukke reis en, zo dacht ik, misschien ook een gevaarlijke. Ik had te veel verhalen gehoord over criminaliteit en geweld in Rio de Janeiro en São Paulo. Daarom probeerde ik er een paar keer onderuit te komen, niet al te overtuigend, want ik wist best dat het een mooie kans was. En het is juist goed om je grenzen te verleggen (zeiden ze hier thuis).

Ik ging naar Brazilië en ik ben al weer een tijdje terug. Hier kun je iets over mijn ervaringen lezen. Het was een reis die diepe indruk op me maakte en ja, ik ben heel blij dat ik niet ben thuisgebleven.

Ik herinner me een gedicht van Annie M.G. Schmidt over een jongetje in een rijdend bedje. Het was een van mijn lievelingsgedichten toen ik klein was.

[...] Het bedje gaat snel! Zo verschrikkelijk snel!
Daar is een auto,
een bromfiets,
een truck,
De weg is zo druk, zo verschrikkelijk druk!
Nu door een tunnel en over een brug.
Hij rijdt naar Milaan en meteen weer terug.
In één ruk terug naar z’n kamertje toe
en dan is Jan moe.
[...]

Misschien vond ik het mooi omdat Jan zijn bed niet uit hoefde. Hij ging op reis én hij bleef thuis. Op de illustratie van Wim Bijmoer zie je een drukke weg en het bedje met Jan. Hij zit rechtop, met een kussen in zijn rug en hij doet helemaal niets. Hij hoeft niet eens te sturen! Het is een gedicht over loslaten, denk ik nu. Over de controle verliezen. Vol vertrouwen op weg naar Milaan. En weer terug.

 

Avond

18 Oktober | 2014

Je leest je boek voor in de huiskamer van de twee liefste mensen in Siglufjörður. Dat is belangrijk, want zij stonden aan de wieg van het verhaal. Je leest Nederlands, maar je praat Engels. Het is vertaallezen. Ze vinden het goed en nu is het boek echt af, het is terug waar het begon. De avond is mooi en als je denkt dat het niet mooier kan, stap je naar buiten en daar zie je een vallende ster en die ster valt dwars door het noorderlicht. Een hemel vol groen gewemel. En dan loop je met je gastheer en gastvrouw naar een klein strandje aan het fjord. Je kijkt naar boven en je denkt, nee je denkt juist niet.

   

De andere kant op

06 September | 2014

We hadden al een tijdje lekkage onder het afdak. Als het flink regende liep het water langs de regenpijp naar benden. Foute boel. We keken omhoog, daar kwam het water vandaan. Emmers vol. We rommelden wat aan de regenpijp, namen een kijkje op het afdakje. Niets bijzonders te zien. We vroegen of de buurman wilde komen. Hij is loodgieter, dus we hadden goede hoop. De buurman zou het afdakje opklimmen en deskundig naar de afvoer kijken en dan moest er dit of dat gebeuren en klaar. De buurman kwam en keek en zei toen dat het water niet van boven kwam. Toch wel, zei ik nog. Niet meteen, zei de buurman, de regenpijp zit helemaal onderaan verstopt en dan loopt hij vol en daarna loopt hij over. Daar werd ik blij van. Je hebt een probleem en dan heb je iemand nodig die de andere kant op denkt. Je voelt je ook een beetje dom. Waarom dacht je zelf niet de andere kant op? Daar ben je toch zo goed in? Niet altijd. Eens in de zoveel tijd vergeet je het. Onherroepelijk.

   

Bommetjes

06 Februari | 2014

Al veel en veel te lang schreef ik niets hier. Ik heb mijn hoofd nodig voor een nieuw boek. Ik laat andere dingen liggen, schuif van alles voor me uit.

Vorige week schreef ik een weekje op Vlieland, daar viel niet zoveel voor me uit te schuiven, dus dat was fijn. Schrijven en wandelen. Wandelen en schrijven. Af en toe kwam er een straaljager over. Ze waren aan het oefenen op de Vliehors, met zulke zware bommen dat de ruiten van het huisje waarin in zat te werken trilden. In de wachtruimte bij de boot trilden de ruiten nog harder, de hele gevel stond te trillen, maar het kan zijn dat ik een beetje overdrijf. Hoe dan ook, het was af en toe flink schrikken. Niet voor de Vlielanders, die keken niet op of om en negeerden al het gedreun.

‘We hebben veel plezier van defensie,’ zei de mevrouw in het restaurant aan de Dorpstraat, ‘dus die paar bommetjes…’

   

Strikken en ezelsoren

29 Oktober | 2013

Het fijne van schrijven is dat je bijleert.
Zo leer ik nu het een en ander over het stropen van konijnen, het zetten van strikken en de fijnste ezelaaiplekjes. Kriebel een ezel zachtjes in de wollige binnenkant van zijn oren. Dat is nuttige informatie.

   

Paaseieren van Jenny Dalenoord

29 Oktober | 2013

Jennyeieren Afgelopen vrijdag overleed Jenny Dalenoord. Ik groeide op met haar illustraties. Ik las De ark van mensen dieren en dingen, Padu is gek, Wiplala. En niet te vergeten Joeti. Als ik terugdenk aan de boeken uit mijn jeugd denk ik altijd aan de illustraties van Jenny. Maar er was meer. Ik kende ook haar vrije werk. Linosneden, aquarellen, keramiek. Ze was een veelzijdig kunstenares en ik bewonderde haar werk zeer. Mijn ouders waren met haar bevriend. Ik herinner me het beschilderen van paaseieren. Mijn moeder kookte de eieren en kleurde ze met speciale paaseierverf. Daarna mochten wij. We schilderden, knipten, plakten en aan het eind had Jenny de allermooiste eieren. Daar kon niemand tegenop.

Als kleine hommage een foto van de Jennyeieren.

   

Cadeautje

04 Juli | 2013

sleutelkruid

Een tijdje geleden kreeg ik een cadeautje van mijn Japanse vertaalster Etsuko Nozaka.

Ze gaf me een boek dat ik niet kan lezen, maar waar ik wel heel blij mee ben: De Japanse vertaling van Het sleutelkruid van Paul Biegel. Het ziet er bijzonder uit. Harde kaft, mooi ingebonden, illustraties van Tsutomu Murakami en een extra kartonnen hoesje.
Dat kunnen ze goed in Japan, oogstrelende boeken maken.
Af en toe blader ik in de Japanse Biegel. Heel rustgevend.

   

Hutten

24 Mei | 2013

Ik was in Berlijn om aan een nieuw verhaal te beginnen. Een verhaal dat veel denkwerk vergt, dus dacht ik de afgelopen weken veel na. Thuis, in Berlijn, nu weer thuis.
Ik ben op zoek. In Berlijn zocht ik naar schilderijen. Vandaag zoek ik naar een hut.
De volgende zin is heel gevaarlijk.
Wie een hut zoekt kijkt hier.

Heb je op hier geklikt? Dan ben je weg. Dan dwaal je hebberig van hut naar hut. Dan vind je niet alleen een hut voor in een verhaal, maar ook de gedroomde schrijversplek, of een zalige wegvluchtplek of gewoon een huis ver weg.
Ik was er een tijdje zoet mee. Ik zag hutten waarin ik heel goed zou kunnen nadenken.

   

Kroon

26 April | 2013

De verkoopster wilde me een kroon van oranje karton meegeven. Ik moest hem zelf nog buigen en plakken.
‘Laat maar,’ zei ik. ‘Die ga ik toch niet opzetten.’
Ze keek me bestraffend aan. ‘Hij hoeft niet op uw hoofd. Hij kan op de vensterbank.’
‘Laat toch maar,’ zei ik. ‘Want ik ga hem ook niet voor het raam zetten.’
‘U moet wel een beetje meedoen!’ zei ze streng.
‘Ach,’ zei ik.
‘Jawel,’ zei de verkoopster. ‘Dat hoort er gewoon bij. De mensen willen allemaal een vrije dag, maar meedoen willen ze dan opeens weer niet.’
‘Dus u doet mee?’ vroeg ik.
‘Natuurlijk.’
‘En het ziet er gezellig oranje uit bij u thuis?’
‘Dát heb ik niet beweerd,’ zei ze met een kwaaie stem.
Ik kon geen goed meer doen.

   

Voorlezen

25 April | 2013

Rijksmuseum Gisteren ging ik naar het Rijksmuseum om voor te lezen uit Het grote Rijksmuseum voorleesboek.
Ik schreef een verhaal bij dit schilderij van Hendrick Avercamp. Winterlandschap met schaatsers.

Na het voorlezen gingen we met onze neus voor het schilderij staan om te zoeken naar een hondje, een spookhondje, een kakbootje en een jongetje. Ik was een beetje bang voor al die kleine enthousiaste kindervingers zo vlak bij een echte Avercamp, maar het liep allemaal goed af.

Kees Keijer maakte er een foto van. Daar staan alle kinderen net heel rustig te kijken. Een jongetje houdt zelfs braaf zijn handen op zijn rug.

Ik vond het fijn om te doen. Van mij mogen ze het nog eens organiseren.
Na het voorlezen was er een signeersessie met alle schrijvers die waren komen voorlezen. Dat was lekker chaotisch. Er waren flink veel schrijvers, flink veel kinderen en flink veel grote boeken.

Op de terugweg ging ik langs het portret dat Rembrandt van Jan Six maakte, want dat hangt maar even in het museum. Daarna hielp ik een verdwaalde Amerikaan. 'It's very confusing here,' zei hij. Dat vond ik eigenlijk ook, maar de uitgang wist ik nog wel vinden.